Is een elektrische auto handig?

Het elektrisch rijden is weer in opkomst. Nadat het in de vorige eeuw bijna verdwenen was, heeft het zijn herintrede gemaakt door de uitvinding van accu’s met een groter bereik en minder gewicht.

Het rijden in een elektrische auto brengt voor- en nadelen met zich mee. Een groot voordeel  is de grotere zuinigheid, en het belastingvoordeel. Elektriciteit kost minder dan belasting, er zit geen accijns op, en het elektrisch rijden wordt vanuit de regering gestimuleerd door lagere belasting.
Elektrisch rijden is beter voor het milieu: er worden minder tot geen schadelijke stoffen uitgestoten (dat hangt van de bron van elektriciteit af), en de geluidshinder is ook kleiner, dankzij geruisloze motoren.  De voorraad fossiele brandstoffen wordt niet aangesproken als er gebruikt wordt gemaakt van alternatieve, duurzame energiebronnen. Het is zelfs mogelijk om de auto op te laden met eigen zonnepanelen op het dak. Dat is gratis elektriciteit, en dus gratis rijden.

Helaas zijn er ook minpunten: de aanschafprijs ligt een stuk hoger dan die van een brandstofauto. Dat heeft te maken met de aanschaf van de batterij, en die gaat helaas niet eeuwig mee.
Als de actieradius van de accu bereikt is, moet de auto opgeladen worden. Dat kan wel een poos duren, en laadpalen zijn niet altijd direct beschikbaar.

Wel worden er oplossingen ontwikkeld voor het laadprobleem: er komen snelladers, waarbij het opladen nog maar een half uur kost, en men denkt na over een systeem met inwisselbare accu’s. Dat laatste zou meteen het probleem van de levensduur van de accu oplossen.

Een elektrische auto is in sommige opzichten dus wel handig, maar in andere opzichten moet hij nog wel wat handiger worden.